Onpartijdigheid

maart 22, 2009

Reactie op een column van Bas Heijne in NRC (hier).

“Waarmee geworsteld wordt is het besef dat de mens, alle humanistische inspanningen van de afgelopen halve eeuw ten spijt, onverbeterlijk is gebleken”, schrijft Heijne.

Verbeter de mensch! Welke inspanningen bedoelt hij? De heksenjacht op communisten door McCarthy in de jaren vijftig, de economische boycot van Cuba na de door de CIA gesteunde invasie in de Varkensbaar, de Koude Oorlog, Vietnam, Korea, El Salvador, Irak en nog een paar duizend wandaden die uit naam van de vrijheid werden gepleegd. De vrijheid van het beschaafde westen uiteraard.

In dit Darwin-jaar zou Heijne er goed aan doen ook eens iets te lezen van Frans de Waal, of van de meester zelf. De mens van nu is niet beter of slechter dan die van 100.000 jaar geleden. Dat het merendeel van de westerse wereld hersendood is gemaakt met overbodige luxe en commerciele televisie is geen teken van verbetering. Onze minister-president die in 2006 nog de VOC-mentaliteit aanprees al evenmin. Julian Huxley, de eerste directeur van de UNESCO, was ook president van de British Eugenics Society. Weet Obama dat Amazing Grace werd geschreven door de kapitein van een slavenschip, John Henry Newton? 

Polarisatie is een cognitieve illusie, in de werkelijkheid lopen goed en slecht onontwarbaar door elkaar heen. Of je nu nadenkt of niet, je kiest altijd – bewust of onbewust – partij, aangezien een mening buiten de sociaal-politieke realiteit niet bestaat. De verantwoordelijkheid van de intellectuelen, zoals Chomsky het in 1966 al noemde, is dat iemand die beter geinformeerd is ook meer verantwoordelijkheid draagt. Zij zouden zich moeten durven uitspreken en vooral niet bang moeten zijn voor de complexiteit van dit sociale dier. Dan maar eens verkeerd begrepen worden. Zwijgen is altijd erger.

“Toen liet de HEER uit de hemel zwavel en vuur neerkomen op Sodom en Gomorra en hij vernietigde die steden en de hele vallei, met de inwoners van al de steden en met alles wat er op het land groeide. De vrouw van Lot, die achter hem liep, keek om en veranderde in een zuil van zout.”
Genesis 19, 24-26

albarico_1

De toorn Gods is niet alleen juist, maar ook prachtig en zijn schoonheid openbaart en verkondigt Gods superieure rechtvaardigheid. Wie kan weerstand bieden aan dit bijzondere schilderij van Jeroen Bosch dat de Israëlische luchtmacht heeft geschilderd? Zijn de lichamen en huizen beneden niet vernietigd juist vanwege de schoonheid van deze goddelijke flits, van deze verblindende fontein van licht? Zij die niet sterven, zij die zich verzetten, zij die vloeken te midden van de ruïnes, zijn zij niet schuldig om die reden, precies omdat hun overleven een nieuwe ejaculatie van zwavel en vuur verlangt?

De oudste religieuze atavismen worden ondersteund door de modernste middelen van destructie. Afgezien van manipulatie en leugens, buigen wij gefascineerd door de Israëlische bruutheid, want het is bruut en komt uit de hemel; we bewonderen hun kracht en niet hun beweegredenen en het is precies de onbetwistbare verticaliteit van deze kracht die het een legitimiteit verschaft, onbereikbaar voor de rede: het is tegelijkertijd in tijd en vorm esthetisch en theologisch. Ooit kon men slechts een stad vernietigen als men God was; nu kunnen de Israëli’s het ook. Alleen wonderbaarlijke zegeningen en verdiende straf dalen uit de hemel neer. De technologische superioriteit van de zionisten – hun superieure minachting van menselijk leven activeert deze theologische legitimatie die hun heersers bewust uitbuiten, zozeer dat het de Bijbelse technotheologie van de luchtaanvallen is, nu de enige bron van legitimiteit, die hen verplicht de luchtaanvallen op een steeds grotere schaal uit te voeren. Het is zo leuk, zo fijn, zo makkelijk, zo eerlijk om een stad te verpulveren en zo moeilijk, zo lelijk, zo moreel verwerpelijk om te proberen het zionisme rationeel te verdedigen… De God van de Bijbel die van bovenaf vernietigt is rechtvaardiger en prachtiger naarmate Zijn destructieve macht toeneemt. Zijn slachtoffers verluchten Zijn macht, rechtvaardigen Zijn bestaan, eren Zijn genade; hoe meer doden, hoe meer blaam de lijken treft en hoe subliemer de agressor, hoe meer kinderen, vrouwen en ouderen er vergaan onder dit schitterende licht, hoe schitterender het licht en hoe terechter de straf. Alleen Jahweh is “disproportioneel” – staat boven elke maat – en dit is wat de massamedia en regeringen bedoelen met hun beschrijvingen – vol respect en bewondering – van het gebruik van geweld door Israel: ze bedoelen dat het “goddelijk” is, bovennatuurlijk, bovenmenselijk, ze bedoelen dat het gerechtvaardigd is, dat we er niet over kunnen oordelen, laat staan het veroordelen, zonder heiligschennis te plegen. De (destructieve) middelen heiligen elk doel. De technologische “disproportie” ontleent haar bevoegdheid niet aan menselijke wetten en heeft slechts weinig propaganda nodig om zich op te leggen: het voldoet om in staat te zijn God te imiteren en “die steden en de hele vallei te vernietigen, met de inwoners van al de steden en met alles wat er op het land groeide” te midden van een vloed van licht. Zelfs de meest doorgewinterde atheïsten onder ons moeten de doden negeren zolang het er vele zijn en clusterbommen en witte fosfor worden gebruikt; zolang de moordenaar almachtig is en zijn macht godsdienstig en bovennatuurlijk. Israel is een theocratische staat door de manier waarop de mensen er leven en doden. De rest van de wereld bewondert Israel hierom. En als we achterom kijken naar het schouwspel worden we, net als de vrouw van Lot, veranderd in verstomde zoutpilaren.

De lucht is zuiver; de hemel valt niets te verwijten. De Israëlische F16-piloot houdt zelfs zijn kapsel in model; elegant, geraffineerd, nauwgezet in het voltooien van zijn missie, gezuiverd van alle lage instincten die zijn zicht zouden kunnen vertroebelen, briljant, ironisch, serieus, rechtvaardig imiteert hij God en Jeroen Bosch en keert hij op tijd terug naar Tel Aviv om een nieuw Indonesisch restaurant uit te proberen en met zijn vriendin de details van hun nieuwe Ikea-meubeltjes te bespreken.

En beneden? Wat gebeurt er zoal beneden? Wat zijn dat voor mensen daar beneden?

albarico_2

Hier zien we ze. Ze zijn een deel van het land, primitief, emotioneel, luidruchtig, bedreigend, duister, aanhankelijk, bijgelovig, opeengepakt, haveloos, lelijk, laag-bij-de-gronds, horizontaal, kwetsbaar, ontbeerlijk: menselijk. Het artikel in El Mundo bij deze foto vermeldde tevens dat zij “exhibitionisten” waren: in tegenstelling tot ons, de meesters van de lucht, die onze doden liever in besloten kring begraven, scheppen de Palestijnen van Gaza er genoegen in de lichamen van hun kinderen tentoon te stellen en hun leed op obscene wijze uit te dragen. De scherpzinnige antropoloog van de Spaanse krant vergat andere, even fundamentele verschillen te noemen: terwijl wij meesters van de lucht liever sterven van ouderdom in een ziekenhuis of in de beslotenheid van onze huizen, sterven de Palestijnen van Gaza liever op straat, in het openbaar, zonder enig fatsoen opgeblazen door een Bijbelse bom uit de hemel; terwijl wij meesters van de lucht liever moorden zonder dat ons kapsel in de war raakt en zonder ons op te winden – om op tijd voor het avondeten terug in Tel Aviv te zijn, zonder eerst langs de kapper te hoeven gaan -,  houden de Palestijnen van moorden en elkaar vermoorden – omdat de razernij en de haat hun geen andere keuze laten. Als de Israëlische “disproportie” zichzelf rechtvaardigt, worden de menselijke proporties van de Palestijnen ook geëlimineerd. De foto van het Israëlische bombardement is genoeg om ons te overtuigen van de zionistische rechtmatigheid; de foto van de Palestijnse begrafenis is genoeg om ons te overtuigen van de Palestijnse schuld.

Het verschil tussen Israëli’s en Palestijnen wordt samengevat in deze twee afbeeldingen, in dit contrast dat de media, al dan niet met opzet, onophoudelijk voeden: de esthetische en theologische superioriteit aan de ene kant, alleen gebaseerd op hun dodelijke wapens, en de “natuurlijke” inferioriteit van de anderen, lang van tevoren – sinds onheuglijke tijden – gereduceerd tot enkel buskruit voor Jahweh’s vuur, tot louter brandstof voor het Goddelijke Licht. Geen redenering, geen smeekbede kan dit verschil verijdelen; zelfs geen Qassam-raket. Er zijn slechts twee manieren om dit contrast – reeds op ons netvlies gebrand en gedwee gesynthetiseerd in onze blik – te corrigeren: ofwel we bewapenen de Palestijnen met projectielen, clusterbommen en witte fosfor, ofwel we ontwapenen de Israëli’s en ontbinden de staat Israel. Zolang geen van beide zaken zich voordoet is het zinloos dat de menselijke rechtvaardigheid aan de kant van de Palestijnen staat, in een wereld die gefascineerd kwijlt – de VS, de EU, de Arabische regeringen, de VN, de massamedia – ten overstaan van de door de Israëlische luchtmacht vervaardigde schilderijen van Jeroen Bosch en de Bijbelse, prachtige rechtvaardigheid die ze begeleidt. Zolang menselijke rechtvaardigheid ons niet rechtvaardiger en prachtiger toeschijnt dan een Israëlisch bombardement zullen de Palestijnen – wat ze ook doen – er slechts in slagen het verschil groter te maken en Jahweh een voorwendsel verschaffen om hen te doden vanaf zijn verre, onverstoorbare elegantie. Geef ze alsjeblieft geen voorwendsels – lanceer geen raketten, schiet niet met geweren, trek geen messen, verdedig je huizen niet, bescherm je kinderen niet, schreeuw niet, huil niet, eet niet, haal geen adem. Maar als er geen menselijke rechtvaardigheid is en de Palestijnen voor God schuldig zijn aan ademhalen (des te meer als ze bloeden), als ze tot in alle eeuwigheid veroordeeld zijn – wát ze ook doen -, dan zou het beschamend zijn om hen tevens te veroordelen – wát ze ook doen – vanuit het comfort van onze morele vliegtuigen. Er zijn momenten dat moraliseren immoreler is dan moord.

Maar nu is het verschil iets kleiner geworden. Veilig voor de F16’s in mijn warme huis, rillend en beschaamd, ben ik tevreden dat de Israëli’s hun goddelijke straffeloosheid hebben opgegeven en Gaza ook over de grond zijn binnengetrokken. Ze zijn nog steeds enorm superieur, maar bewegen zich in ieder geval over de grond, zodat ze meer Palestijn worden, iets menselijker en kwetsbaarder; misschien zou het zelfs gerechtvaardigd zijn hen te doden. Misschien zouden er zelfs enkelen kunnen sterven. Misschien – ik hoop het – dat sommigen in plaats van angst of bewondering ook medelijden zouden kunnen opwekken.

God is “disproportioneel”; menselijke rechtvaardigheid is “proportioneel”. Schoonheid is “goddelijk proportioneel”; mededogen is “menselijk disproportioneel”. Wellicht zien we de komende dagen tenminste het beeld van een Israëlische tank die vernietigd wordt door de heldhaftige verdedigers van Gaza en dan, na de vreugde, zouden we overmand worden door de disproportionaliteit van het mededogen – onverwacht, onbegrijpelijk, irrationeel – in de aanwezigheid van een gevangen genomen of gedode Israëlische soldaat. Misschien dat in de afwezigheid van proporties, in de afwezigheid van rechtvaardigheid, de moordenaars, thans blootgesteld aan het zwakke, lelijke en moedige defensieve vuur, misschien dat de zionisten, dood, gevangen of gewond, in pijnlijk contact met de aarde, uiteindelijk – voor het eerst – menselijk op ons overkomen.

Santiago Alba Rico

Vertaling Engelbert Luitsz
De oorspronkelijk tekst is van 6 januari 2009, het grondoffensief tegen Gaza begon op 4 januari 2009. 

De oorspronkelijke, Spaanse tekst staat hier
De Engelse vertaling van Christine Lewis-Carroll staat hier.

Geen geld voor Gaza

maart 9, 2009

De Israëlische bombardementen op Gaza hebben enorme schade aangebracht in Gaza-Stad. Om de oorlogsschade weer te herstellen, heeft de Westerse wereld snel een donorconferentie belegd. Maar is het wel zo vanzelfsprekend dat de internationale gemeenschap betaalt? Waarom bekostigt Israël niet de rekening van kapotgeschoten scholen en VN-gebouwen? Er werd gefilmd in Gaza en er wordt getoond dat alle ontwikkelingshulp aan de Palestijnse gebieden geen zin heeft zolang er niet serieus gewerkt wordt aan een Palestijnse staat.

Alfred M. Lilienthal (1913-2008) was een joodse adviseur voor de VN en diplomaat. Onderstaand artikel werd aanvankelijk door een aantal nationale tijdschriften en kranten geweigerd. Ook toen al was het riskant om tegen de zionisten tekeer te gaan. Uiteindelijk werd het door Reader’s Digest gepubliceerd. 
“De Digest, met z’n enorme oplage, kon het risico lopen een controversieel artikel te plaatsen, omdat de Amerikaanse editie geen advertenties bevatte.” (Alfred Lilienthal). Desondanks moest er in dat nummer ook een pro-zionistisch artikel worden opgenomen. Om het evenwicht te bewaren.
In 1953 verscheen zijn boek “What Price Israel?”, dat veel stof deed opwaaien. Vijftig jaar later verscheen er een herdruk met een nieuw, lang voorwoord waarin Lilienthal terugkijkt op de ontwikkeling van Israel. 
“Vijftig jaren zijn verstreken sinds de eerste publicatie van What Price Israel? in 1953. Toen was ik 39, nu ben ik 89. Het lange, droevige verhaal van deze halve eeuw was er een van conflict, agressie, terreur, oorlog, bezetting en zogenaamde vredesprocessen die gedoemd waren te mislukken. Ik heb het allemaal gezien – en toch hoopte ik dat ik op de een of andere manier lang genoeg zou leven om uiteindelijk een rechtvaardige vrede en ware onafhankelijkheid te zien voor het Palestijnse Arabische volk.” (uit het voorwoord in 2003)

De vlag van Israel is niet de mijne

Lieve moeder:

Ik bracht je mijn pijnen en problemen toen zij en ik klein waren: in diezelfde geest breng ik ze je vandaag.
Afgelopen jaar werd er een nieuwe witte vlag met een enkele blauwe, zespuntige ster gehesen op een mast duizenden kilometers van hier, aan de oostkust van de Middellandse Zee. Deze vlag van Israel is het symbool van een nieuwe nationalistische staat, met een eigen regering, leger, buitenlands beleid, taal, volkslied en eed van trouw.
En deze nieuwe vlag heeft ieder van de vijf miljoen Amerikaanse burgers van het oude geloof van Juda naar een splitsing van wegen geleid.
Voor mijn gevoel was het judaïsme een religieus geloof zonder nationale grenzen, dat een loyale burger van elk land kon belijden.
Zionisme daarentegen was en is een nationale beweging, georganiseerd om joden als een natie samen te brengen in een apart thuisland. Nu zo’n staat bestaat, wat ben ik? Ben ik nog steeds slechts een Amerikaan die gelooft in judaïsme? Of ben ik – zoals zowel extreme zionisten als antisemieten beweren – een afvallig lid van een oosterse stam wiens loyaliteit die groep toebehoort?

Laten we beginnen, moeder, met hoe ik sta tegenover deze nieuwe staat van Israel. Ik wens haar het beste. Ik hoop dat honderdduizenden lijdende ontheemden er een gelukkig thuis zullen vinden. Ik hoop dat ze zal gedijen als een centrum van democratie in het Midden-Oosten. Maar toen haar vlag voor het eerst werd gehesen, op 14 mei 1948, had ik niet de behoefte om uitzinnig van geluk door de straten te dansen, zoals zovelen deden in New York en Londen. Want ik ben geboren als en blijf een Amerikaan. Ik heb geen banden met, geen verlangen naar en geen gevoel van verantwoordelijkheid voor Israel. En ik geloof dat het toekomstige geluk van de joden in Amerika afhangt van hun complete integratie als burgers van dit – ons ware – land.
Ik ben ervan overtuigd dat indien wij joden als groep ertoe gebracht worden die liefde te verdelen die men normaliter alleen aan het geboorteland schenkt, dit wel moet leiden tot een catastrofe.
De Ieren? Zij zijn een natie en judaïsme is een religie. Ieren hebben Ierland pas in de laatste generaties verlaten. De joden verlieten Palestina in de Romeinse tijd en zijn hier gekomen vanuit elk Europees land.

Mijn enige echte thuisland is Amerika. Ik ben trots op mijn geloof in het oude judaïsche concept van één God in de hemel en één menselijkheid hier beneden. Maar mijn geloof geeft mij niet een gevoel van benauwende stamverbanden met alle anderen die God op deze manier aanbidden. Altijd als ik over Amerikanen lees die de Hatikvah zingen, Israels volkslied, of groepen jongeren de Israëlische vlag zie hijsen naast de Stars and Stripes, voel ik woede. Want Israëls vlag en volkslied zijn symbolen van een vreemde natie, het zijn niet de mijne.
Het krachtigste wapen dat het zionisme inzet tegen Amerikanen met het joodse geloof is de beschermende mantel van het humanitarisme. Hun argument is dat Israel in eerste instantie was opgericht als veilige haven voor de vervolgden, de thuislozen, dus waarom zouden we kritisch zijn?

Moeder, de waarheid is dat Israel niet in eerste instantie werd opgericht voor de ontheemden. Integendeel, artikel 3 van de voorgestelde grondwet stelt dat het “het nationale thuis van het joodse volk” is. Dat betekent, moeder, jij en ik! Al in 1917 stelde Israëls eerste president dr. Chaim Weizmann: “We hebben de zionistische beweging nooit gebaseerd op het lijden van joden in Rusland of welk land dan ook. Dit lijden is nooit de drijfveer van het zionisme geweest.”
Rabbijn Abba H. Silver, een recent kopstuk van de Amerikaanse zionisten, verklaarde: “Wij moeten vierkant achter de stelling staan dat het zionisme geen immigratie- of vluchtelingenbeweging is, maar een beweging voor het opnieuw opbouwen van de joodse staat voor de joodse natie in het land van Israel.”
En wat is de houding van Israel ten opzichte van hen die het judaïsme belijden maar onderdanen zijn van andere landen? Zij beklemtonen dat onze “nationaliteit” joods is, onder welke vlag wij ook geboren zijn, en aangezien wij niet in Israel zijn, leven we “in de diaspora”, oftewel in ballingschap. En hun plannen met ons?
“We moeten”, legde premier Ben-Gurion uit in zijn eerste speech na de Israëlische verkiezingen, “de restanten van Israel in de diaspora redden. We moeten ook hun bezittingen redden. Zonder deze twee zaken kunnen we dit land niet opbouwen.”
Dus de enorme zionistische propagandamachine tracht sterke nationale banden te smeden tussen Israel en alle mensen van het joodse geloof. En het sturen van geld naar Israel is slechts een klein deel van onze veronderstelde verplichting. De dieperliggende motieven worden gegeven door dr. Margoshes, een directielid van de Amerikaanse sectie van de Jewish Agency: 
“- het zioniseren van de joodse wereld… het vestigen van een zionistische hegemonie over de joodse gemeenschappen die zich overal ter wereld ontwikkelen.”
Daniel Fisch, de onlangs gekozen president van de Amerikaanse Zionsten, denkt dat “de Amerikaanse joodse gemeenschap snel tot de onontkoombare conclusie zal komen dat fulltime onderwijs en een serie zomerkampen de enige oplossing voor het probleem is,” en dat “wij in staat moeten zijn om jonge, in Amerika opgevoede mensen naar Israel te sturen, die als joden zonder het koppelteken willen leven onder de vrolijke luchten van het herboren Israel. Onze taak zit er niet op met de geboorte van de joodse staat. Dit is slechts het begin.”
Zijn deze misleide dwepers vergeten hoeveel verontwaardiging er ontstond in Amerika in de jaren ’30 toen de Bundisten Amerikanen met een Duitse achtergrond probeerden wijs te maken dat zij loyaliteit verschuldigd waren aan Duitsland en in Amerika jeugdkampen stichtten die de Duitse cultuur verheerlijkten?

Heden zien we zionisten opscheppen over “joodse” politieke macht, zionisten vormen rijen voor de Britse consulaten, zionisten demonstreren tegen minister van buitenlandse zaken Ernest Bevin als die hier komt om het Atlantische pact te tekenen, winkels in New york volgeplakt met posters die schreeuwen “Koop Geen Britse Producten”.
Gedragen deze mensen zich als Amerikanen? Het herstel van Europa met behulp van het Marshall Plan is de hoeksteen van ons tweeledig buitenlandbeleid dat de communisten trachten te saboteren. Elke boycot van Engelse goederen, georganiseerd of niet, helpt deze vernietiging. Ik weet wel dat deze zionisten niet bewust proberen het Amerikaanse buitenlandbeleid om zeep te helpen, maar hun acties zijn het logische gevolg van een leven onder segregatie en dat is niet alleen de schuld van die ander. Ook wij dragen een deel van de verantwoordelijkheid. Het is waar dat de jood soms opzij wordt gezet door christenen. Maar het is ook waar dat de jood zichzelf soms apart zet van de christen.
We zitten niet langer in een getto, maar soms blijven de littekens van de lange gevangenschap aanwezig. Om die reden voelen veel joden zich ook vandaag de dag alleen thuis bij andere joden. Velen dragen hun jood-zijn op hun mouwen en zijn extreem zelfbewust en gevoelig voor hun anders-zijn.
Dit begrijp ik allemaal: het meeste vergeef ik. Uiteindelijk zijn er zes miljoen joden uitgeroeid door Hitler en antisemitisme bestaat, zelfs in Amerika. Waarom zou ieder van ons niet enigszins overgevoelig zijn? Ik denk dat de meeste niet-joden dit ook begrijpen. Maar als iemand kritiek heeft, hoe mild ook, op het zionisme, de staat Israel, of het hysterische gedrag van sommige groepen joden, hebben wij niet het recht om “antisemitisme” te schreeuwen.
In elke religie vind men wel een kleine groep fanatici met haat voor iedereen met een ander geloof. Zulke fanatici zijn niet talrijk of belangrijk. Het is semitisme – de voortdurende poging van sommige joden om zichzelf als jood te profileren – en niet hun judaïsme religie die het antisemitisme voedt.
Niemand beter dan jij, moeder, weet dat ook ik vernederd ben omdat ik een jood ben. Ik heb de pijlen van discriminatie gevoeld. In mijn diepe pijn heb ik het uitgeschreeuwd. Maar de leer van twee nationalismes. Als Hitler nog zou leven, zou hij er hartelijk om lachen!
Het simpele feit is dat wij joden geen ras vormen en we moeten ons niet door de zionisten laten vertellen dat dat wel zo is. Bewijs van het tegendeel is te vinden in Palestina, voor iedereen duidelijk te zien. Je hebt mijn brief gehad van mijn verlof van het leger daar, moeder. Niemand was enthousiaster dan ik over wat mijn collega-religieuzen hadden gedaan – voor een woestijn tot bloei gebracht, voor schone nieuwe steden die oprijzen uit oeroude zandduinen. Al deze wonderen geschiedden terwijl slechts enkele fanatici spraken over een staat. Op een avond ging ik naar de opera in Jeruzalem. In de lobby van dat theater kon je bijna in een oogwenk het onderscheid maken tussen de Jiddisch sprekende Asjkenazische joden uit Polen, de Spaans sprekende Sefardische joden uit Noord-Afrika of Turkije, de Duitse joden, joden uit allerlei landen met verschillende kledij, taal, gedrag en mentale houdingen. Ik had visueel bewijs voor de argumenten van antropologen die lachen om de notie van een apart joods ras.
Iedereen die mij vertelt dat die buitenlandse joden exclusief tot mijn volk behoren, dat ik dichter bij hen zou moeten staan dan bij Bob McCormick, de jongen uit de buurt met wie ik basketbalde, of bij Nick Galbraith, die een kamer naast de mijne had in Cornell, of Dave Du Vivier met wie ik rechten studeerde – zo iemand praat gevaarlijke onzin. Ook heb ik geleerd, moeder, dat als er iets fout gaat in mijn relaties met niet-joden, de gewoonte te vermijden te denken dat het enkel gebeurde omdat ik een jood ben. Zulk zelfbeklag is comfortabel, maar het is meestal onterecht en daarom gevaarlijk.

Vandaag de dag zijn de joodse Amerikanen zeer verdeeld. De zionisten hoor je vaker: zij hebben meer georganiseerde politieke macht. Maar zij spreken niet uit naam van ons allemaal en ik hoop niet uit naam van de meesten. Aan de andere kant is er bijvoorbeeld ook de American Council for Judaism, die erop hameren dat het nationalisme van Israel beperkt moet blijven tot de grenzen van die staat. Er zijn ook talloze andere joden zonder verwantschappen die het judaïsme als religie vereren en het verachtelijk vinden om het te degraderen tot een goedkoop raciaal nationalisme dat concurreert met hun Amerikaans-zijn.
Maar als we de zionisten het recht ontzeggen om te spreken van “Amerikaans Jodendom” als het om Palestina gaat, krijgen we te horen joden niet verdeeld moeten zijn, niet onderling moeten vechten over Palestina of welke andere kwestie dan ook. En als we ons dan nog steeds uitspreken over wat wij beschouwen als een gevaarlijke trend, worden wij uitgescholden en verbannen als verraders. Dwang, vaak economisch, maakt de vrijdenker vaak monddood.
Maar waarom zouden joodse Amerikanen meer een eenheid moeten vormen bij kwesties van Amerikaans buitenlands beleid dan Presbyterianen, Baptisten of Methodisten?
Zijn we de woorden van Woodrow Wilson vergeten toen hij in 1915 alle Amerikanen waarschuwde: “Jullie kunnen geen ware Amerikanen worden als jullie jezelf als groepen blijven zien. Een man die vindt dat hij behoort tot een bepaalde nationale groep in Amerika is nog geen Amerikaan geworden. En een man die zich tussen u beweegt om misbruik te maken van uw nationaliteit is het niet waard om onder de Stars and Stripes te leven.”
Politici van beide partijen die zich tijdens de laatste verkiezingen gericht hebben op de “joodse stem” in verband met Israel doen er goed aan die woorden nog eens te lezen.
Het antwoord op onverdraagzaamheid en antisemitisme ligt niet in fanatiek joods nationalisme. Natuurlijk waren het opblazen van het King David-hotel, het ophangen van de twee Britse sergeanten, de moord op Bernadotte, het bloedbad op Arabische vrouwen en kinderen te Deir Yassin, allemaal daden van kleine groeperingen. Maar ze hebben de moraal en het spirituele kaliber van ’s werelds oudste religie aangetast. De Israëlische terrorist Begin en Hollywoods Ben Hecht, die dergelijke wetteloosheid aanmoedigden door te zeggen: “Elke keer dat je je wapens richt op de Britse verraders van ons thuisland, vieren de Amerikaanse joden een feestje in hun hart!” Zulke mensen doen de joden meer kwaad dan alle woorden van Goebbels.

Er was geen feest in mijn hart, noch in dat van wijlen rabbijn J.L. Magnes, president van de Hebreeuwse Universiteit in Jeruzalem, die na de verklaring van Hecht bedroefd opmerkte: “We hadden altijd gedacht dat het zionisme het antisemitisme in de wereld zou verminderen. We zijn nu getuige van het tegendeel.”

Te veel christenen hebben het zionisme gesteund vanuit het gevoel dat joden vanwege de vervolgingen nu zouden moeten krijgen wat ze willen, of het nu goed of slecht voor ze is. Christelijke leiders kunnen ons enorm helpen. Maar christelijke sympathie voor joden zou niet gemeten moeten worden in termen van steun aan het joods nationalisme in het verre Israel, maar in de acceptatie van ons als vrienden, buren en eersteklas burgers van dit land. Dat is het ware liberale christendom. En ook, moeder, goed judaïsme, dat heerlijke oude geloof dat jij me bijbracht als klein kind.

Alfred M. Lilienthal
September 1949
Reader’s Digest p. 49-53 

Vertaling: Engelbert Luitsz

Originele tekst hier